"Bijna met pensioen? Heel wat te kiezen!"

Remko Dieker (secretaris van het pensioenfonds): 

“Als uw pensioenleeftijd langzaam maar zeker in zicht komt, is het belangrijk om tijdig na te denken over de keuzes die wij u bieden. U kunt drie keuzes maken.”

1. Bedenk wanneer u wilt stoppen met werken

“Standaard gaat uw pensioen in als u 67 jaar wordt. Maar u heeft de mogelijkheid om eerder met pensioen te gaan. Dat mag zelfs al vanaf uw 60e! Overigens is het de vraag wat er financieel voor u aantrekkelijk is. Eerder met pensioen gaan, gaat namelijk wel ten koste van de hoogte van uw pensioenuitkering. Logisch, want eerder stoppen met werken betekent langer pensioen uitkeren. U moet rekening houden met een verlaging van uw pensioen van ongeveer 6 à 7 procent voor ieder jaar dat u eerder met pensioen gaat.

2. Opvullen tijdelijk gebrek aan AOW als u eerder stopt met werken

Als u ervoor kiest om voor uw AOW-leeftijd met pensioen te gaan, ontvangt u een tijdje wel pensioen maar nog geen AOW-uitkering. Stel, u krijgt uw AOW-uitkering op uw 67e en u wilt op uw 65e met pensioen. Dan heeft u dus 2 jaar – van uw 65e tot uw 67e – een lager inkomen. Om dat te voorkomen kunt u de hoogte van uw pensioen laten variëren. U kunt dan eerst meer pensioen ontvangen om het gebrek aan AOW op te vullen. Uw latere maandelijkse pensioenuitkering wordt dan wat lager, want de waarde van uw totale ‘pensioenpot’ blijft natuurlijk wel gelijk.

De komende jaren gaat de AOW-leeftijd overigens in stapjes omhoog. In 2018 is de AOW-leeftijd 66 jaar en in 2021 is dat 67 jaar. Vanaf 2022 wordt de AOW leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. De verwachting is dat de AOW-leeftijd verder stijgt.

3. Het zorgen voor financiële zekerheid voor uw eventuele partner

Naast pensioen voor uzelf, heeft u mogelijk ook partnerpensioen opgebouwd bij Pensioenfonds van de KAS BANK. Partnerpensioen is een uitkering die uw partner ontvangt indien u komt te overlijden. Toen u uit dienst ging, is de verhouding tussen het pensioen voor uzelf en het partnerpensioen standaard op 100%:70% gezet. Dat betekent dat als u overlijdt, uw partner recht heeft op 70% van uw pensioen. Op uw pensioendatum kunt u deze standaard verhouding aanpassen. Reglementair mag het partnerpensioen nooit meer bedragen dan 70% van het pensioen dat u zelf krijgt. Minder mag wel. U kunt dus kiezen voor minder partnerpensioen. Daardoor wordt uw pensioen hoger.

Mogelijk heeft u echter geen ‘potje’ partnerpensioen bij Pensioenfonds van de KAS BANK. Bijvoorbeeld omdat u op het moment dat u uit dienst ging geen partner had. Of omdat u inmiddels een andere partner heeft dan destijds. In die gevallen is het wellicht interessant het partnerpensioen goed te regelen voor uw partner? Dat kan. Om dat (hogere) partnerpensioen te kunnen betalen, wordt een stukje van uw eigen pensioen uitgeruild.”