Terugblik 2020: de belangrijkste gebeurtenissen voor je pensioen op een rij

1.COVID-19 en impact op het pensioenfonds.

Sinds het begin van 2020 is de wereld in de greep van het coronavirus. Nederland heeft te maken gehad met een eerste piek met daarop als reactie een intelligente lockdown, een tweede golf, met een gedeeltelijke lockdown tot gevolg. Een vaccin lijkt in aantocht, maar hoe snel dit ingezet kan worden moet onderzocht worden.

Economische gevolgen.
De stillegging van het openbare leven heeft een voelbaar effect op de economie. Het consumentenvertrouwen en de consumptie zijn flink gedaald en er wordt verwacht dat de Nederlandse economie in een recessie zal raken. Op de aandelenbeurzen is de onrust onder beleggers goed zichtbaar. De aandelenmarkt is ten opzichte van het recente dieptepunt weer gestegen, opgeveerd door het goede nieuws over een vaccin. Er is nog veel opwaartse en neerwaartse beweging op de markt en dat maakt de uiteindelijke lengte en intensiteit van de crisis moeilijk te voorspellen.
De schommelingen op de beurs hebben invloed gehad op het vermogen van Nederlandse pensioenfondsen, waardoor de dekkingsgraden zijn gedaald. Op dit moment heeft deze daling nog geen gevolgen voor de hoogte van pensioenen. Pensioenen moeten pas worden gekort (verlaagd) als de beleidsdekkingsgraad over een langere periode te laag is en niet verbetert.

Geen gevolgen voor uw pensioen.
De dekkingsgraad van Pensioenfonds van de KAS BANK is 115% per begin november. Dit betekent dat het pensioenfonds financieel gezond is en er nog steeds relatief goed voorstaat.

Het coronavirus heeft geen invloed op de uitbetaling van uw pensioen. Onze uitbestedingspartijen voor pensioenadministratie en vermogensbeheer hebben de nodige maatregelen getroffen voor de continuïteit van hun dienstverlening.

Ook hoeft u zich geen zorgen te maken over de uitkering van uw arbeidsongeschiktheids-, ouderdoms- of nabestaandenpensioen. Het pensioenfonds heeft de risico’s van arbeidsongeschiktheid en overlijden verzekerd bij een verzekeraar. Overlijden en arbeidsongeschiktheid als gevolg van COVID-19 vallen onder de dekking.

Financieel crisisplan en noodprocedure governance.
Het bestuur van Pensioenfonds van de KAS BANK beschikt over een financieel crisisplan voor als het pensioenfonds in een financiële crisis terechtkomt. Dit crisisplan is een richtlijn met maatregelen, bedoeld om goed voorbereid te zijn ingeval de financiële situatie van het pensioenfonds in korte tijd te veel verslechtert. In het crisisplan staan acties die het pensioenfonds kan nemen om ervoor te zorgen dat haar portefeuille binnen de strategische bandbreedtes van haar beleggingen zal blijven.

Daarnaast heeft het bestuur maatregelen getroffen om de governance van het pensioenfonds te verstevigen. Hierdoor is het mogelijk om rechtmatig besluiten te kunnen blijven nemen in de situatie dat bestuursleden met het coronavirus besmet raken.
 

2. Risicobereidheidsonderzoek.

Het risicobereidheidsonderzoek is door het bestuur geïnitieerd om te toetsten wat de risicobereidheid van de deelnemers van het pensioenfonds is. De deelnemers voelen zich gemiddeld genomen redelijk betrokken bij het onderwerp beleggen en maatschappelijk verantwoord beleggen. Op basis van eerdere onderzoeken bij andere pensioenfondsen zijn de deelnemers bovengemiddeld geïnteresseerd in beleggen. Zij geven aan niet goed op de hoogte te zijn van het beleid van het pensioenfonds. Men is neutraal tot tevreden over de behaalde financiële resultaten door het pensioenfonds. Gepensioneerden zijn het meest positief. De oudste groep actieve deelnemers is significant meer tevreden dan de jongere leeftijdsgroepen.

Deelnemers willen bij voorkeur dat het pensioenfonds bepaalt hoe er wordt belegd. Ruim 40% van de deelnemers geeft aan bij voorkeur niet of eenmalig zijn of haar mening te geven over het beleggingsbeleid. Nog een kleine 40% wil bij voorkeur ééns in de vijf jaar zijn of haar mening geven. Een minderheid (16%) wil bij voorkeur zelf bepalen hoe wordt belegd. Het pensioen van het Pensioenfonds van de KAS BANK is voor het merendeel van de deelnemers heel belangrijk om later van rond te kunnen komen.

Wij zien een genuanceerd beeld als het gaat om risicobereidheid. Men lijkt te begrijpen dat beleggen nodig is om voldoende rendement te behalen. Tegelijk kiest men – als zij de keuze voorgelegd krijgt – liever voor mínder dan méér risico nemen. Hoe verder weg de pensioenleeftijd en hoe minder afhankelijk men is van het pensioen, hoe meer men bereid is risico te nemen als het gaat om beleggen voor het pensioen. Als 10 jaar voor de pensioendatum blijkt dat het te verwachten pensioen lager uitvalt dan aanvankelijk verwacht, denkt 45% hun uitgaven en inkomsten in balans te brengen door de uitgaven naar beneden te brengen en meer te sparen. Opvallend is dat 22% aangeeft geen actie te ondernemen. Uit het onderzoek komt ook naar voren dat een grotere onzekerheid met een aanzienlijk hoger verwacht pensioen geen aanleiding is om meer risico te nemen. Integendeel: naarmate de kans op een lager pensioen toeneemt, wil men meer zekerheid.

De uitkomsten van het risicobereidheid onderzoek worden door het bestuur meegenomen bij de bespreking van de ALM-studie en te zijner tijd in de eigen risicobeoordeling van het pensioenfonds.
Hierbij de link naar het volledige rapport (bij fondsdocumenten). 
 

3. Nieuw pensioenstelsel in hoofdlijnen.

Groen licht voor het nieuwe pensioenstelsel
Het kabinet en sociale partners hebben op 12 juni een akkoord bereikt over de uitwerking van een gemoderniseerd pensioenstelsel op basis van het vorig jaar gesloten pensioenakkoord. Met de stelselwijzing beogen overheid en sociale partners een pensioenstelsel dat beter aansluit bij de ontwikkelingen in de maatschappij en op de arbeidsmarkt. Ook wordt het stelsel transparanter en persoonlijker.

Geen pensioenaanspraak meer.
In het huidige pensioenstelsel is het uiteindelijke bedrag van uw pensioenuitkering (pensioenaanspraak) gedefinieerd met daarnaast de intentie om het pensioen te verhogen met de inflatie (indexatie). In het nieuwe stelsel staat niet de uitkering centraal, maar de ingelegde premies.

Wel pensioenvermogen.
In plaats van een ‘pensioenbedrag’ bouwt u straks een persoonlijk ‘pensioenvermogen’ op met de ingelegde premie en de beleggingsrendementen die hierop door het pensioenfonds gemaakt worden. We blijven collectief beleggen, namelijk de optelsom van de individuele vermogens. Het pensioenfonds krijgt de vrijheid om de beleggingsmix per leeftijdsgroep ‘virtueel’ vast te stellen. Onderweg naar uw pensioendatum krijgt u steeds een inschatting hoe uw vermogen ervoor staat en hoeveel pensioen u waarschijnlijk kunt verwachten bij slecht, normaal of goed weer. Als u met pensioen gaat, wordt uit het persoonlijk vermogen jaarlijks een uitkering onttrokken. De hoogte van de pensioenuitkering is, net als nu, mede afhankelijk van de ontwikkelingen op de financiële markten. In het nieuwe stelsel gaat uw pensioen alleen directer meebewegen met de beleggingsresultaten. Hierdoor wordt de hoogte van uw pensioen onzekerder.

Risico’s worden gedeeld.
Maar wat als, vlak voordat u met pensioen gaat, de beurskoersen dalen? Uw pensioen zou dan een stuk lager worden. Om te voorkomen dat u opeens een veel lager pensioen krijgt, wordt er een reservepot gemaakt. In goede tijden wordt er wat geld opzij gezet en in slechte tijden wordt dit geld gebruikt. De risico’s van beleggen worden zo gedeeld tussen alle deelnemers in de pensioenregeling.

Hoeveel gaat u betalen voor uw pensioen?
De regels over hoeveel geld u jaarlijks betaalt voor uw pensioen gaan ook veranderen. In het huidige pensioenstelsel betaalt iedereen, ongeacht geslacht, leeftijd of gezondheid, dezelfde premie en krijgt iedereen dezelfde pensioenopbouw. Dat is niet helemaal eerlijk. Het nieuwe stelsel vermindert de ‘ondoorzichtige herverdeling’ (‘doorsneesystematiek’) die in het huidige stelsel zit sterk. Er is dan vastgelegd welk geld van wie is en er kan niet mee geschoven worden.

Verlagen en verhogen van het pensioen.
In het nieuwe stelsel doet het pensioenfonds geen toezegging meer over de hoogte van het uiteindelijke pensioen. Hierdoor hoeft het pensioenfonds ook niet meer bij te houden of er voldoende geld is om de uitkeringen te kunnen doen. De ‘rekenrente’ en de ‘dekkingsgraad’ gaan verdwijnen.

Wat betekent dit voor uw pensioen?
Dat weten we nu nog niet. De details van het nieuwe stelsel moet nog in wetgeving worden uitgewerkt, waarna de werkgever en sociale partners afspraken maken over de nieuwe pensioenregeling en de overgang van de bestaande pensioenen. Het pensioenfonds zal vervolgens toetsen of een nieuwe regeling uitvoerbaar en eerlijk verdeeld is. Uiterlijk 1 januari 2026 moeten alle pensioenregelingen aangepast zijn aan de nieuwe regels. Vanaf 2022 kunnen pensioenfondsen al beginnen met de overstap.