Pensioenactualiteiten – uitstel van de kortingen

De afgelopen periode heeft de pensioensector niet stil gezeten. Na het bereiken van een akkoord op een mogelijk nieuw pensioenstelsel zijn er werkgroepen bijeen gekomen om de technische details uit te werken. Wat ook niet heeft stil gezeten, is de rente. Deze is in 2019 verder gedaald, zodat dekkingsgraden van pensioenfondsen onderuit gingen. Wanneer de dekkingsgraad heel laag is, zodat het pensioenfonds niet genoeg geld in kas heeft om de pensioenen nu en in de toekomst uit te kunnen betalen, dan moet het pensioenfonds korten. Door de lage rente, en daarmee gepaard gaande lage dekkingsgraad, kwamen veel pensioenfondsen in de knel.

Wanneer er sprake is van een “uitzonderlijke economische situatie”, mag de Minister van SZW een vrijstelling verlenen (art. 142 PW). De uitzonderlijk economische situatie is de negatieve rentes met lange looptijden die sterk zijn gedaald.

Normaal gesproken moet na vijf jaar gekort worden als de dekkingsgraad onder een fondsspecifiek minimum (minimaal vereist eigen vermogen genoemd, en meestal 104,3%) ligt. De maatregel van de Minister houdt in dat als in 2020 de dekkingsgraad onder het minimaal vereist eigen vermogen ligt, dit niet hoeft te leiden tot korten.

Hier staat tegenover dat als de actuele dekkingsgraad van het pensioenfonds lager is dan 90%, het fonds een onvoorwaardelijke korting moet doorvoeren. Deze korting mag gespreid worden doorgevoerd gedurende tien jaren.

Het Pensioenfonds van de KAS BANK heeft geen gebruik te hoeven maken van deze uitstelregel. De dekkingsgraad ligt namelijk boven het minimaal vereist eigen vermogen.