Met pensioen gaan

Voordat je met pensioen gaat kun je drie keuzes maken.

Keuze 1: wanneer je met pensioen gaat

Standaard gaat je pensioen in als je 67 jaar wordt. Je kunt kiezen om eerder met pensioen te gaan. Op zijn vroegst kun je op 60-jarige leeftijd met pensioen. Als je je pensioen eerder in laat gaan, wordt je pensioen wel lager. Je pensioen wordt dan namelijk langer uitgekeerd. Houd ook rekening met wanneer je voor het eerst een AOW-uitkering krijgt.

Keuze 2: verhouding ouderdomspensioen en partnerpensioen

Je kunt kiezen om een deel van je ouderdomspensioen om te zetten in partnerpensioen. Je ouderdomspensioen wordt lager, je partnerpensioen hoger. Andersom kan ook: je kunt het partnerpensioen inruilen voor een hoger ouderdomspensioen.

Keuze 3: een variabele uitkering

Standaard krijg je elke maand een gelijke pensioenuitkering. Maar je kunt ook kiezen voor een variabele uitkering. Je kunt de eerste jaren een hoger pensioen krijgen en daarna een lager pensioen. Of andersom.

Maak je keuze

Zes maanden voordat je 67 jaar wordt krijg je een overzicht van de hoogte van je pensioen als je het pensioen in laat gaan zonder bovengenoemde keuzes te maken. Je kunt vervolgens je keuzes doorgeven. Je ontvangt een offerte met de nieuwe pensioenbedragen. Pas als je akkoord gaat met deze offerte worden je keuzes definitief gemaakt. Als je eerder met pensioen wilt, moet je dit drie maanden voor je gewenste pensioendatum aan het pensioenfonds doorgeven.