Hoogte pensioenuitkering variëren

In principe heeft je pensioenuitkering straks een vaste hoogte. Je kunt er echter ook voor kiezen de hoogte van je pensioen te laten variëren. Eerst een aantal jaren hoog, daarna een aantal jaren laag. Of andersom. De verhouding hoog-laag ligt vast, namelijk 100:75. Je kunt kiezen voor een periode van 5 of 10 jaar. Als je de hoogte van je pensioen wilt laten variëren, blijft de waarde van je pensioenpot natuurlijk wel gelijk. Dus kies je ervoor je pensioen hoger te laten ingaan, dan zal je na die periode genoegen moeten nemen met een lagere uitkering.

Waarom zou je hiervoor kiezen?

Je kunt er bijvoorbeeld voor kiezen om de eerste jaren een hogere uitkering te nemen omdat je verre reizen wilt maken. Of omdat je de eerste jaren van je pensioen nog een hypotheek hebt en daarna niet meer. Andersom kan ook: eerst een lagere uitkering en na verloop van tijd een hogere uitkering. Dat kan bijvoorbeeld interessant zijn als je een jongere partner hebt die nog (volledig) werkt in de eerste jaren van je pensioen.

Ga je voor je AOW-leeftijd met pensioen?

Als je met pensioen gaat voordat je AOW is ingegaan, krijg je te maken met een tijdelijk lager inkomen. Immers: vanaf het moment van pensioneren tot het moment dat je AOW ontvangt krijg je alleen een pensioenuitkering (en nog geen AOW). Je kunt bij het pensioenfonds een regeling treffen om dit tijdelijk gebrek aan AOW-uitkering op te vangen door een stukje van je pensioen vanaf AOW-leeftijd te gebruiken om het gebrek aan AOW-uitkering tot die tijd op te vangen. Deze vorm van variëren van de hoogte van je pensioen kan je samen laten vallen met de hierboven genoemde hoog-laag-varianten.